(27.10) Daniël 7:15-28 “De uitleg van het eerste nachtgezicht”

In het eerste deel van Daniël 7 zag Daniël vier dieren uit de woelige zee opkomen. Zij stellen vier opeenvolgende wereldrijken voor. Daarna zag hij het hemelse gerechtshof, de Oude van dagen en Iemand als een Mensenzoon aan Wie een eeuwige heerschappij wordt gegeven. Vanaf vers 15 krijgt Daniël uitleg over wat hij heeft gezien. Het visioen laat hem niet onberoerd. Zijn geest wordt diep verontrust en de beelden verschrikken hem. Mogelijk is dat omdat hij begint te begrijpen hoe lang en zwaar de weg zal zijn voordat het koninkrijk van de Messias wordt opgericht. Maar er is nog iets wat hem diep raakt: de verwachte Mensenzoon blijkt tegelijk een goddelijke Persoon te zijn.

Daniël wendt zich tot een van hen die bij de hemelse rechtszitting staan en vraagt naar de juiste betekenis van het visioen. De uitleg begint met de vier grote dieren. Zij stellen vier koningen voor. Deze koningen vertegenwoordigen de wereldrijken waarover zij heersen:

  • Nebukadnezar en het Babylonische rijk;
  • Cyrus de Grote en het Medisch-Perzische rijk;
  • Alexander de Grote en het Grieks-Macedonische rijk;
  • de Romeinse keizer en het Romeinse rijk.

Koningen en hun rijken worden in de profetie nauw met elkaar verbonden. De heerser vertegenwoordigt als het ware de staat. Maar na deze vier wereldrijken volgt een totaal andere toekomst. De heiligen van de hoogste plaatsen zullen het koningschap ontvangen en het voor eeuwig bezitten.

In deze studie wordt bijzondere aandacht besteed aan de uitdrukking ‘de heiligen van de hoogste plaatsen’. Het gaat om de hemelse sfeer. Zij die bij Christus behoren, zullen samen met Hem regeren. Daaronder vallen de gestorven gelovigen uit het Oude en Nieuwe Testament en ook de gelovigen die na de opname van de gemeente om hun trouw aan God worden gedood. Openbaring 20 spreekt over hen die vanwege hun getuigenis zijn omgebracht en met Christus duizend jaar zullen regeren.

De heerschappij van de wereldrijken is tijdelijk. De heiligen ontvangen een blijvend koninkrijk. Toch wil Daniël vooral meer weten over het vierde dier.

Dit dier verschilt van alle andere. Het is buitengewoon schrikwekkend, heeft ijzeren tanden en koperen klauwen, verslindt en verbrijzelt en vertrapt wat overblijft. Op zijn kop staan tien horens. Deze stellen tien koningen voor die uit het vierde wereldrijk voortkomen. Zij regeren gelijktijdig in de laatste fase van dit rijk. Daarna verschijnt een andere hoorn. Deze kleine hoorn verschilt van de eerste tien. Drie koningen worden voor hem vernederd en hij krijgt een overheersende positie. Daniël heeft in het eerste deel van het hoofdstuk al gezien dat deze hoorn ogen als mensenogen en een mond vol grootspraak heeft. Nu wordt zijn karakter verder uitgelegd:

  • Hij voert oorlog tegen de heiligen
  • Hij spreekt woorden tegen de Allerhoogste
  • Hij probeert de heiligen te gronde te richten
  • En hij is erop uit tijden en wet te veranderen

In de studie wordt dit laatste ook verbonden met ontwikkelingen die nu al zichtbaar zijn. Oude normen en waarden die aan God en het christelijke geloof herinneren, komen steeds meer onder druk te staan. In de toekomstige machthebber bereikt deze opstand tegen God haar volle uitdrukking.

De kleine hoorn staat daarin niet alleen. Zijn satanische karakter verbindt hem met twee andere belangrijke figuren uit de profetieën van Daniël: de toekomstige koning van het Noorden en de antichrist. Deze drie machthebbers keren zich in de eindtijd op verschillende manieren tegen God en Zijn volk. Toch is de macht van de kleine hoorn begrensd. De heiligen worden in zijn hand gegeven voor ‘een tijd, tijden en een halve tijd’. Deze uitdrukking wijst op drieënhalf jaar. Het gaat om de tweede helft van de zeventigste jaarweek uit Daniël 9: een periode van ongekende verdrukking. Ook Daniël 12 en de woorden van de Heer Jezus over de grote verdrukking sluiten hierbij aan.

De vijand krijgt ruimte. Maar alleen voor de tijd die God heeft bepaald. Het woord ‘totdat’ is belangrijk in deze profetieën. God bepaalt de grens van de macht van de volken en van de vijanden van Zijn volk. Dan houdt het gerechtshof zitting. De heerschappij van de kleine hoorn wordt weggenomen. Zijn macht wordt niet slechts beperkt of tijdelijk onderbroken, maar volledig en definitief vernietigd.

In deze studie wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende oordelen. Hier gaat het om het oordeel over de levenden bij de komst van de Mensenzoon. Later spreekt  Openbaring 20 over het oordeel van de doden voor de grote witte troon. De toekomstige machthebber van het vierde rijk komt onder Gods oordeel en wordt uiteindelijk levend in de poel van vuur geworpen. Daarna wordt het koningschap, de heerschappij en de grootheid van de koninkrijken onder heel de hemel gegeven aan het volk van de heiligen van de Allerhoogste. Hier verschuift de aandacht van de hemelse naar de aardse kant van het toekomstige koninkrijk. De hemelse heiligen regeren met Christus.

Maar er zijn ook heiligen op aarde die het vrederijk binnengaan. Zij vormen het aardse volk van God. In de studie wordt dit verbonden met het oordeel over de volken uit Mattheüs 25. De „schapen” gaan het koninkrijk binnen.

Ook de bijzondere toekomstige plaats van Israël komt daarbij naar voren. Gods beloften aan Abraham zullen worden vervuld en de regering vanuit Israël zal een wereldwijde betekenis hebben. Daniël 2 liet dit al zien in het beeld van de steen die tot een grote berg wordt en de hele aarde vult. Dezelfde lijn verschijnt hier opnieuw. Het koninkrijk van de Allerhoogste omvat uiteindelijk heel de aarde. Alle machten zullen Hem dienen en gehoorzamen.

Daniël blijft na deze uitleg diep onder de indruk. Zijn gedachten verschrikken hem zeer en zijn gezicht verandert. Het is voor hem overweldigend om te beseffen dat de Mens onder Wiens voeten uiteindelijk alles wordt gebracht, tegelijk God Zelf is. Wat voor Daniël nog moeilijk te begrijpen was, is in het Nieuwe Testament verder geopenbaard. De Mensenzoon is de Heer Jezus Christus. God en Mens in één Persoon. De wereldrijken hebben hun tijd. De kleine hoorn krijgt een korte periode van macht. De heiligen kunnen worden verdrukt en zelfs gedood. Maar het einde staat vast. Het gerechtshof houdt zitting. De menselijke en satanische macht wordt geoordeeld. En het koninkrijk behoort uiteindelijk aan Christus en aan hen die met Hem verbonden zijn.

Opname: januari 2023.

Bekijk meer studies van:

Deel deze video met anderen:


Meer video’s