(27.13) Daniël 9:22-27 “De 70 jaarweken, het derde nachtgezicht”
Terwijl Daniël nog bidt, verschijnt de engel Gabriël. Daniël heeft in de profetieën van Jeremia gelezen dat de verwoesting van Jeruzalem zeventig jaar zou duren. In antwoord op zijn gebed krijgt hij nu een veel verder reikend inzicht in Gods plannen met zijn volk en met de heilige stad. Wat volgt is een van de meest bijzondere en betekenisvolle profetieën van de Bijbel: de profetie van de zeventig jaarweken.
Gabriël spreekt over zeventig ‘weken’. Het Hebreeuwse woord duidt op een periode van zeven. In deze profetie gaat het om perioden van zeven jaren. De zeventig jaarweken omvatten daarmee in totaal 490 jaar.
Deze periode is bepaald over ‘uw volk’ en ‘uw heilige stad’. De profetie gaat dus in het bijzonder over Israël en Jeruzalem. God erkent Israël op dat moment vanwege de ballingschap niet als ‘Mijn volk’; Gabriël spreekt tot Daniël over ‘uw volk’. Toch heeft God Zijn volk en Zijn stad niet uit het oog verloren.
Aan het einde van de zeventig jaarweken worden zes grote doelen bereikt:
- de overtreding wordt beëindigd
- de zonden worden verzegeld of tot een einde gebracht
- de ongerechtigheid wordt verzoend
- een eeuwige gerechtigheid wordt tot stand gebracht
- visioen en profeet worden verzegeld
- de Heiligheid van heiligheden wordt gezalfd
Deze beloften wijzen vooruit naar het toekomstige herstel van Israël en naar het vrederijk, waarin vrede en gerechtigheid zullen heersen en de oudtestamentische profetieën hun vervulling bereiken.
De eerste negenenzestig weken worden verdeeld in zeven weken en tweeënzestig weken. Het beginpunt is het uitgaan van het woord om Jeruzalem te laten terugkeren en te herbouwen. Vanaf dat moment loopt de profetische tijd door tot ‘Messias, de Vorst’. In deze studie wordt de komst van de Messias als Vorst verbonden met het moment waarop de Heer Jezus Zich openlijk als Koning aan Jeruzalem presenteert. Enkele dagen later wordt de Messias ‘uitgeroeid’: Hij wordt door Zijn volk verworpen en sterft een gewelddadige dood.
Na de negenenzestigste week wordt de stad opnieuw verwoest. Jeruzalem is daarna eeuwenlang het toneel van oorlog, overheersing en verovering. De geschiedenis van de stad laat zien hoe letterlijk de woorden van de profetie zijn uitgekomen.
Tussen de negenenzestigste en de zeventigste jaarweek ligt een onderbreking. De laatste week – een toekomstige periode van zeven jaar – moet nog aanbreken. In die laatste jaarweek treedt een komende vorst op: de toekomstige machthebber van het herstelde Romeinse rijk. Hij sluit voor één week een verbond met de velen. Halverwege die periode maakt hij een einde aan slachtoffer en graanoffer. Daarmee komen de gebeurtenissen in een beslissende fase. Op de tempelplaats verschijnen gruwelen en een verwoester komt over het land. In de uitleg wordt dit verbonden met de afgoderij van de eindtijd, de antichrist en de laatste grote aanval op Israël.
De profetie van de zeventig jaarweken vormt daarmee een overzicht van Gods weg met Israël vanaf het herstel van Jeruzalem, via de komst en verwerping van de Messias, tot aan de gebeurtenissen van de laatste jaarweek.
Daniël 9:22–27 laat zien dat de wereldgeschiedenis niet bestaat uit toevallige gebeurtenissen. God kent het begin en het einde en heeft de grote lijnen van Zijn handelen vooraf bekendgemaakt. Tegelijk blijft de Messias het centrale punt van deze profetie: Hij komt als Vorst, wordt verworpen en uitgeroeid, maar Gods uiteindelijke doel met Israël en Jeruzalem zal toch worden bereikt.
Opname: maart 2023.
Deel deze video met anderen:






