(27.14) Daniël 10:1-11:1 “De voorbereiding op het vierde nachtgezicht”
Daniël 10 vormt de inleiding op het vierde en laatste grote nachtgezicht van het boek Daniël. De eigenlijke profetie wordt in Daniël 11 en 12 gegeven, maar voordat Daniël die kan ontvangen, wordt hem eerst iets getoond van de geestelijke strijd die achter de zichtbare gebeurtenissen in de wereld plaatsvindt. Het is het derde jaar van Kores, ongeveer zeventig jaar nadat Daniël als jonge man naar Babel werd weggevoerd. Daniël is inmiddels ongeveer 85 tot 90 jaar oud. Toch is hij nog altijd intens geïnteresseerd in het wel en wee van Gods volk.
De openbaring die hij ontvangt, gaat over een ‘grote strijd’. Dat is als het ware de samenvatting van het hele visioen dat in Daniël 11 en 12 verder wordt uitgewerkt: een eeuwenlange strijd waarin Israël een centrale plaats inneemt. Daniël ontvangt een waar woord. Tegenover alle menselijke kennis en geschriften staat de openbaring van God. Voor de gelovige geldt: ‘Uw Woord is de waarheid’.
Voordat Daniël de profetie ontvangt, rouwt hij drie volle weken. De precieze reden voor zijn verdriet wordt niet genoemd. Het is ongeveer de tijd waarin de eerste Joden naar Juda zijn teruggekeerd. Mogelijk is Daniël bedroefd omdat slechts weinigen zijn teruggekeerd, of omdat hij zelf vanwege zijn hoge leeftijd niet meer mee kan.
Opvallend is dat de laatste grote visioenen van Daniël, waarin de positie en toekomst van Israël centraal staan, worden gegeven nadat Daniël zich heeft verootmoedigd. Geestelijk inzicht en verootmoediging horen bij elkaar.
Aan de oever van de grote rivier, de Tigris, ziet Daniël vervolgens een indrukwekkende Man. In deze studie wordt deze Man gezien als de Heer Jezus Zelf: de Zoon van God in een voor mensen draaglijke verschijning. De beschrijving vertoont duidelijke overeenkomsten met de verschijning van Christus aan Johannes in Openbaring 1. Hij is gekleed in linnen, een beeld van zuiverheid, reinheid en volkomen gerechtigheid. Zijn verschijning is zo indrukwekkend dat Daniëls kracht hem verlaat. De mannen die bij Daniël zijn, zien de verschijning niet, maar worden toch door grote angst overvallen en vluchten. Daniël blijft alleen achter. Hij valt neer en raakt in een diepe slaap. Daarna wordt hij aangeraakt en aangesproken.
Tot driemaal toe wordt Daniël in deze hoofdstukken een ‘zeer gewenste man’ genoemd – letterlijk een veel geliefde of kostbare man. In de studie wordt gewezen op twee kenmerken die daarmee samenhangen: Daniël legde zich erop toe inzicht te verkrijgen en hij verootmoedigde zich voor zijn God.
Daarna krijgt Daniël een bijzondere blik achter de schermen van de wereldgeschiedenis De hemelse boodschapper vertelt dat de vorst van het koninkrijk Perzië hem eenentwintig dagen heeft tegengehouden. Deze vorst is geen aardse koning, maar een geestelijke macht. Hier opent de Schrift als het ware een venster naar de onzichtbare wereld. Achter zichtbare koninkrijken en politieke machten blijken geestelijke machten werkzaam te zijn. Er zijn goede engelen, maar ook gevallen engelen en demonische machten. Deze boze machten hebben een hiërarchische structuur en sommige ervan zijn in het bijzonder verbonden met landen en wereldrijken. Zo wordt gesproken over de vorst van Perzië en later over de vorst van Griekenland.
Deze geestelijke machten strijden niet tegen elkaar zoals de aardse rijken Perzië en Griekenland dat wel doen. In de onzichtbare wereld staan zij gezamenlijk tegenover Gods plannen en richten zij zich tegen Gods volk. Dat maakt Daniël 10 tot een belangrijke sleutel voor het begrijpen van de hoofdstukken 11 en 12. De oorlogen en machtswisselingen die daar worden beschreven, hebben niet alleen een politieke en militaire kant. Achter de zichtbare geschiedenis speelt zich ook een geestelijke strijd af. De hemelse boodschapper heeft zelfs de hulp van Michaël nodig.
Michaël betekent: ‘Wie is als God?’ Hij wordt in de Bijbel vijfmaal genoemd. In Daniël is hij een van de voornaamste vorsten, de vorst van Israël en in hoofdstuk 12 ‘de grote vorst’. In de brief van Judas wordt hij de aartsengel genoemd, en in Openbaring 12 verschijnt hij met zijn engelen in de strijd. Michaël heeft daarmee een bijzondere verbinding met Israël.
In de studie wordt ook breder stilgestaan bij het werk van engelen. De Schrift spreekt over engelen in verband met kinderen, bescherming, de bevrijding van Petrus, de komst van de Heer en hun dienst ten behoeve van gelovigen.
Daniël zelf wordt door de openbaring diep getroffen. Meerdere keren verliest hij zijn kracht. Hij kan nauwelijks spreken en moet herhaaldelijk worden aangeraakt en versterkt. Pas daarna is hij in staat de verdere voorzeggingen aan te horen.
Aan het einde van Daniël 10 wordt opnieuw gesproken over de vorsten van Perzië en Griekenland en over Michaël als ‘uw vorst’ – de vorst van Daniëls volk. Daarmee wordt nogmaals duidelijk dat de profetieën van Daniël 11 en 12 in het bijzonder betrekking hebben op Israël. Daniël 11:1 sluit bij deze geestelijke strijd aan. De hemelse boodschapper vertelt dat hij eerder zelf is opgetreden om te versterken en te beschermen.
Daniël 10:1–11:1 laat zien dat de wereldgeschiedenis niet alleen begrepen kan worden vanuit wat zichtbaar is. Achter koningen, rijken, oorlogen en politieke ontwikkelingen bevindt zich een geestelijke werkelijkheid. De gelovige hoeft daar niet nieuwsgierig of speculatief mee om te gaan. De Schrift geeft slechts een beperkte blik achter de schermen. Maar wat God laat zien, is voldoende om te begrijpen dat de strijd werkelijk is. Tegelijk blijft God boven die strijd staan. De machten van de duisternis kunnen tegenstand bieden, maar zij kunnen Gods plannen niet verhinderen.
En midden in die grote strijd ziet God de enkeling die Zijn Woord zoekt en zich voor Hem verootmoedigt. Daniël is voor Hem een ‘veel geliefde’ man.
Opname: maart 2023.
Deel deze video met anderen:






