(27.09) Daniël 7:1-4 “Het eerste nachtgezicht”

Daniël 7 vormt een belangrijk keerpunt in het boek. De eerste zes hoofdstukken bevatten vooral geschiedenissen uit het leven van Daniël en zijn vrienden. Vanaf hoofdstuk 7 staan de visioenen van Daniël centraal.

Chronologisch gaat Daniël 7 terug in de tijd. Het visioen wordt gegeven in het eerste jaar van Belsazar en hoort daarmee tussen de gebeurtenissen van Daniël 4 en 5. Ook de taal van het boek is belangrijk. Daniël 2:4 tot en met 7:28 is in het Aramees geschreven. Dit gedeelte richt zich in het bijzonder op de wereldrijken en de ‘tijden van de volken’. Vanaf Daniël 8 is het boek weer in het Hebreeuws geschreven en komt Israël nadrukkelijker in beeld.

Daniël ziet in zijn nachtvisioen de vier winden van de hemel de grote zee in beroering brengen. In de studie wordt stilgestaan bij het woord voor „wind”. In het Aramees en Hebreeuws kan hetzelfde woord ook „geest” betekenen. Daarmee wordt een verbinding gelegd met de geestelijke strijd achter de zichtbare wereldgeschiedenis, die in Daniël 10 nog duidelijker naar voren zal komen. Uit de woelige zee komen vier grote dieren op. Zij stellen vier koningen of wereldrijken voor. Het gaat om dezelfde vier rijken die Nebukadnezar in Daniël 2 zag. Toch is er een belangrijk verschil. In Daniël 2 ziet een heidense koning de wereldrijken als één groot, machtig en indrukwekkend beeld.

In Daniël 7 ziet de profeet van God dezelfde rijken als roofdieren. Zij zijn bloeddorstig. Zij missen menselijk verstand en inzicht. Zij keren zich tegen de heiligen. Het vierde dier wordt zelfs „schrikwekkend” genoemd. Daniël 2 laat de uiterlijke glans van de wereldmacht zien. Daniël 7 laat het innerlijke karakter ervan zien.

Het eerste dier is als een leeuw en heeft vleugels van een adelaar. Dit stelt het Babylonische rijk voor. De leeuw spreekt van kracht en majesteit; de adelaarsvleugels van snelheid. Ook de profeet Jeremia gebruikt deze beelden in verband met Nebukadnezar. Daniël ziet vervolgens hoe de vleugels worden uitgerukt. Het dier wordt van de aarde opgericht, op twee voeten gezet als een mens en krijgt een mensenhart. Daarin is een duidelijke verbinding met de geschiedenis van Nebukadnezar in Daniël 4. De machtige koning werd vanwege zijn hoogmoed vernederd en leefde als een dier, totdat hij zijn ogen naar de hemel ophief en opnieuw als mens leerde denken.

Het tweede dier lijkt op een beer. Dit is het Medisch-Perzische rijk. Het dier richt zich aan één kant op. In de studie wordt dit verbonden met de verhouding tussen de Meden en de Perzen. Aanvankelijk waren de Meden de sterkere macht, maar later kregen de Perzen steeds meer de overhand. Het rijk wordt aangespoord veel vlees te verslinden. De drie ribben in zijn muil worden verbonden met de grote veroveringen waardoor het Medisch-Perzische rijk zijn macht uitbreidde.

Daarna verschijnt het derde dier. Het lijkt op een panter en heeft vier vogelvleugels en vier koppen. Dit stelt het Grieks-Macedonische rijk voor. De panter en de vier vleugels passen bij de buitengewone snelheid waarmee Alexander de Grote zijn veroveringen uitvoerde. In korte tijd bouwde hij een enorm rijk op. Maar na zijn vroege dood bleef dat rijk niet als één geheel bestaan. De vier koppen wijzen vooruit naar de verdeling van zijn rijk onder vier opvolgers.

Dan verandert het karakter van het visioen. Daniël zegt opnieuw: ‘Daarna keek ik’. Vanaf dat moment gaat bijzondere aandacht uit naar het vierde dier. Dit dier lijkt niet op een bestaand dier. Het is schrikwekkend, gruwelijk en uitzonderlijk sterk. Het heeft grote ijzeren tanden. Daarmee is de verbinding met Daniël 2 duidelijk. Het vierde rijk is het Romeinse rijk, dat daar werd voorgesteld door het ijzer van de benen. Het dier verslindt en verbrijzelt. Wat overblijft, vertrapt het met zijn poten. Maar het meest opvallende kenmerk zijn de tien horens. Deze tien horens worden in de studie verbonden met de tien tenen van het beeld in Daniël 2 en met de tien horens uit Openbaring 17. Het gaat om tien koningen die gelijktijdig macht ontvangen. Daarmee komt een toekomstige fase van het vierde wereldrijk in beeld.

Het historische Romeinse rijk behoort tot het verleden, maar de profetische lijn van dit rijk is nog niet voltooid. In de eindtijd zal een laatste vorm van dit rijk verschijnen waarin tien machthebbers voor korte tijd gezag ontvangen.

Terwijl Daniël naar deze wereldmacht kijkt, verandert het toneel opnieuw. Tronen worden geplaatst. De Oude van dagen neemt plaats. Zijn kleding is wit als sneeuw en het haar van Zijn hoofd als zuivere wol. Zijn troon bestaat uit vuurvlammen en de wielen ervan zijn laaiend vuur. Een rivier van vuur stroomt voor Hem uit. Duizendmaal duizenden dienen Hem. Tienduizendmaal tienduizenden staan voor Hem. Het gerechtshof houdt zitting. De boeken worden geopend. De geschiedenis eindigt dus niet bij de macht van het vierde dier. Boven de aardse wereldrijken bevindt zich een hemelse rechtszitting. God oordeelt. In de studie wordt stilgestaan bij verschillende oordelen waarover de Schrift spreekt. Niet ieder oordeel vindt op hetzelfde moment plaats en niet alle mensen verschijnen voor dezelfde rechtszitting.

Er is het oordeel over de gelovigen voor de rechterstoel van Christus. Er is het oordeel over de levende volken bij de komst van de Heer. Er is het oordeel over de beide beesten uit Openbaring. En uiteindelijk is er de grote witte troon voor de ongelovige doden.

Daniël ziet vervolgens hoe het vierde dier wordt gedood en zijn lichaam aan het vuur wordt prijsgegeven. De andere dieren verliezen hun heerschappij, hoewel hun bestaan nog voor een bepaalde tijd wordt verlengd. De eerste drie rijken zijn als wereldmacht verdwenen, maar elementen ervan blijven in latere rijken voortbestaan. Dan bereikt het visioen zijn hoogtepunt.

Daniël ziet met de wolken van de hemel Iemand komen als een Mensenzoon. Hij komt tot de Oude van dagen. Aan Hem worden heerschappij, eer en koningschap gegeven. Alle volken, natiën en talen dienen Hem. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij. Zijn koninkrijk zal niet te gronde gaan. De titel ‘Mensenzoon’ neemt in de Schrift een bijzondere plaats in. De Heer Jezus gebruikt deze naam vaak voor Zichzelf. Ook wanneer Hij spreekt over Zijn toekomstige komst, verwijst Hij naar de woorden van Daniël 7. De wereldgeschiedenis loopt dus niet uit op de blijvende overwinning van een menselijk rijk.

Babel verdwijnt. Medo-Perzië verdwijnt. Griekenland verdwijnt. Ook het vierde wereldrijk komt onder Gods oordeel. Het laatste woord is aan de Mensenzoon.

De wereldrijken worden in Daniël 7 als dieren voorgesteld, maar de uiteindelijke heerschappij wordt gegeven aan een Mens. Aan Christus. Zijn koninkrijk zal niet door een volgend rijk worden vervangen. Zijn heerschappij is eeuwig.

Opname: januari 2023.

Bekijk meer studies van:

Deel deze video met anderen:


Meer video’s