(35.03) Habakuk 3 “Als Hij uitblijft, verwacht Hém!”

Aan het begin van het boek Habakuk stelde de profeet een indringende vraag: Waarom grijpt God niet in? Hij keek om zich heen en zag geweld, onrecht, twist en onderdrukking. De wet leek krachteloos geworden en het recht werd verdraaid. Habakuk riep tot God, maar voor zijn gevoel gebeurde er niets. Toen antwoordde de HEERE. God greep wel degelijk in. Hij zou de Chaldeeën, de Babyloniërs, laten opkomen om Juda te oordelen.

Maar dat antwoord bracht Habakuk bij een tweede en nog moeilijkere vraag: Waarom grijpt God zó in? Hoe kan de heilige God een volk gebruiken dat nog gewelddadiger en goddelozer is dan Juda? In het tweede hoofdstuk heeft Habakuk geleerd om op zijn wachtpost te gaan staan en te wachten op het antwoord van de HEERE. God maakte hem duidelijk dat de macht van de Babyloniërs tijdelijk is. Ook zij zullen worden geoordeeld. De hoogmoedige vertrouwt op zichzelf en zal uiteindelijk ten onder gaan.

Daartegenover staat de centrale boodschap van het hele boek: ‘De rechtvaardige zal door zijn geloof leven.’

Nu komen we bij hoofdstuk 3. Opvallend is dat de omstandigheden nog niet zijn veranderd. De uitwerking van Gods antwoord uit hoofdstuk 2 is nog niet zichtbaar geworden. De Chaldeeën komen nog steeds. Het oordeel over Juda is niet weggenomen. De profeet heeft geen bericht gekregen dat de moeilijke tijd niet zal doorgaan. En toch is er iets wezenlijks veranderd. Habakuk zelf is veranderd. Het derde hoofdstuk is een gebed. Tegelijk heeft het duidelijk het karakter van een psalm. Dat blijkt uit de opschriften, de muzikale aanwijzingen en het slotwoord voor de koorleider. Het boek dat begon met de klacht van een verwarde profeet, eindigt met een lied. Habakuk heeft niet op elke vraag een eenvoudige verklaring gekregen. Maar hij heeft God leren vertrouwen.

Aan het begin van zijn gebed zegt de profeet dat hij de tijding van de HEERE heeft gehoord. En hij is bevreesd. Dat is begrijpelijk. God heeft hem verteld wat er gaat gebeuren. Het oordeel over Juda komt. De Babyloniërs zullen het land binnenvallen. Daarna zal ook de macht van de hoogmoedige onderdrukker worden geoordeeld. Habakuk heeft iets gezien van de ernst van Gods handelen in de geschiedenis.

Daarom bidt hij: ‘HEERE, Uw werk, maak het levend in het midden van de jaren.’ Habakuk vraagt God om Zijn werk zichtbaar te maken. Het gaat niet om het werk van de profeet. Het gaat niet om menselijke plannen. Het gaat om Gods werk. De profeet verlangt ernaar dat de HEERE zal doen wat Hij heeft beloofd. Tegelijk beseft hij hoe ernstig dat is.

Daarom voegt hij eraan toe: ‘Denk in Uw toorn aan ontferming.’ Die twee dingen staan naast elkaar. Gods toorn is werkelijk. Het kwaad kan niet onbeperkt doorgaan. God is heilig en rechtvaardig. Maar Habakuk weet ook dat oordeel niet het enige is wat over God gezegd kan worden. Daarom pleit hij op Gods ontferming. Midden in het oordeel vraagt hij om barmhartigheid. Daarna verandert de vorm van het hoofdstuk.

Habakuk beschrijft de komst van God. De HEERE komt van Teman en de Heilige van het gebergte Paran. In de lezing wordt aandacht besteed aan deze geografische aanduidingen. Teman en het gebergte Paran liggen in het gebied ten zuiden en zuidoosten van het land Israël. De beschrijving herinnert aan Gods verschijning in de geschiedenis van Israël. Habakuk kijkt als het ware terug naar Gods machtige optreden in het verleden. Zijn majesteit bedekt de hemel. De aarde is vol van Zijn lof. Zijn glans is als het licht. Stralen komen uit Zijn hand. Daar is Zijn kracht verborgen. Het is een indrukwekkende beschrijving van de majesteit van God. De profeet die eerst vooral naar het geweld in Juda en de macht van Babylon keek, ziet nu iets veel groters. Hij ziet de HEERE.

Voor Hem trekt de pest uit en koorts volgt Zijn voetstappen. Hij staat en doet de aarde schudden. Hij kijkt en laat de volken opspringen. De eeuwige bergen worden verbrijzeld en de oude heuvels buigen zich. Alles wat voor de mens vast en onveranderlijk lijkt, kan voor God niet standhouden. Wereldrijken lijken machtig. Bergen lijken onverplaatsbaar. Maar de wegen van de HEERE zijn eeuwig. Dat verandert het perspectief van Habakuk. De Babyloniërs zijn niet de grootste werkelijkheid. De HEERE is dat.

Vervolgens beschrijft Habakuk Gods optreden met beelden die herinneren aan Zijn handelen in de geschiedenis van Israël. Hij spreekt over rivieren en de zee. Over Gods boog en Zijn pijlen. Over de aarde die wordt gespleten. Over de zon en de maan die stilstaan. In de lezing worden daarbij verbindingen gelegd met verschillende gebeurtenissen uit de geschiedenis van Gods volk. Habakuk kent de God van Israël uit wat Hij in het verleden heeft gedaan. Dat is belangrijk voor zijn geloof in het heden. Wanneer de profeet Gods huidige wegen niet begrijpt, herinnert hij zich Wie God in de geschiedenis is gebleken te zijn. De HEERE heeft Zijn volk eerder verlost. Hij heeft Zijn macht laten zien. Hij heeft vijanden geoordeeld. Hij is trouw gebleven aan Zijn beloften. Daarom mag Habakuk ook nu op Hem vertrouwen. Maar de beschrijving blijft niet alleen in het verleden.

In de lezing wordt zichtbaar dat Habakuk 3 ook vooruitwijst. Vanaf vers 3 krijgt de beschrijving van Gods komst een profetische lijn. De blik wordt gericht op de toekomstige komst van de Messias. Dat vraagt om zorgvuldig lezen. In het gedeelte lopen verleden, heden en toekomst als het ware in elkaar over. Habakuk gebruikt wat God in het verleden heeft gedaan om te spreken over het grote handelen van God dat nog zal komen. De HEERE verschijnt. Hij komt in majesteit. De volken beven. De aarde wordt geschud. De bergen sidderen. Dat zijn beelden die ook op andere plaatsen in de profeten verbonden worden met de toekomstige komst van de HEERE. Habakuk ziet daarmee verder dan de dreiging van Babylon. Babylon is niet het eindpunt van de geschiedenis. Ook het oordeel over Babylon is niet het eindpunt. De geschiedenis loopt uit op de komst van God Zelf. Daarbij komen oordeel en verlossing opnieuw samen. De HEERE trekt door het land in gramschap. Hij vertrapt de volken in toorn. Dat is de ernstige kant van Zijn komst.

Maar dan zegt Habakuk: ‘U trok uit tot redding van Uw volk, tot redding met Uw Gezalfde.’ God komt niet alleen om te oordelen. Hij komt ook om te verlossen. Het oordeel over de vijanden betekent redding voor Zijn volk. Daarbij wordt gesproken over Gods Gezalfde. De titel Gezalfde brengt ons bij de Messias. Zo krijgt het visioen een diepe profetische betekenis. De God die in het verleden voor Israël heeft gestreden, zal uiteindelijk Zijn plannen tot hun doel brengen in de komst van de Messias. De macht van het kwaad zal niet voor altijd blijven bestaan. De kop van het huis van de goddeloze wordt verbrijzeld. De vijand denkt misschien dat hij Gods volk kan verstrooien en verslinden. Maar uiteindelijk blijkt dat de HEERE de geschiedenis beheerst.

Habakuk ziet hoe God door de zee trekt. De grote wateren kunnen Hem niet tegenhouden. Opnieuw herinneren de beelden aan Gods vroegere verlossingsdaden. Maar zij wijzen tegelijk vooruit naar de uiteindelijke overwinning. Wat doet dit alles met de profeet? Habakuk zegt dat hij het heeft gehoord. En zijn buik siddert. Zijn lippen trillen. Bederf komt in zijn beenderen. Hij beeft op de plaats waar hij staat. Dat is opvallend. Habakuk is niet veranderd in iemand die ongevoelig is geworden voor wat er gaat gebeuren. Geloof betekent niet dat de ernst van de omstandigheden wordt ontkend. De profeet weet dat er een dag van benauwdheid komt. Hij weet dat de vijand tegen het volk zal optrekken. En dat raakt hem diep. Zijn lichaam reageert op wat hij heeft gehoord. Maar nu komt het beslissende verschil. Habakuk kan wachten. Hij zegt dat hij rustig zal wachten op de dag van de benauwdheid. Aan het begin van het boek kon hij nauwelijks begrijpen waarom God wachtte. Nu heeft hij zelf geleerd te wachten. Dat is een belangrijke verandering. Habakuk heeft niet geleerd om alles te verklaren. Hij heeft geleerd om God te verwachten.

Daarmee komen we bij de laatste verzen van het boek. Deze woorden behoren tot de indrukwekkendste geloofsbelijdenissen van het Oude Testament. Habakuk kijkt vooruit naar een situatie waarin alles kan wegvallen. De vijgenboom zal misschien niet bloeien. Er zal geen opbrengst aan de wijnstokken zijn. De vrucht van de olijfboom kan tegenvallen. De velden kunnen geen voedsel voortbrengen. De schapen kunnen uit de kooi verdwenen zijn. Er kan geen rund meer in de stallen zijn. Voor een samenleving die van landbouw en veeteelt afhankelijk is, betekent dat vrijwel het verlies van alles. Habakuk zegt niet dat deze dingen onbelangrijk zijn. Hij zegt ook niet dat een gelovige geen verdriet mag hebben wanneer alles wegvalt. Maar hij heeft geleerd dat zijn diepste zekerheid niet in deze dingen ligt. Daarom zegt hij: ‘Ik zal dan toch in de HEERE van vreugde opspringen.’  Dat woord toch is belangrijk. Niet omdat de vijgenboom bloeit. Niet omdat de oogst goed is. Niet omdat de dreiging verdwenen is. Niet omdat alle vragen zijn opgelost. Habakuk verheugt zich in de God van zijn heil.

Aan het begin van het boek keek hij vooral naar de omstandigheden. Hij zag geweld. Hij zag onrecht. Hij zag dat het recht werd verdraaid. Daarna zag hij de Babyloniërs komen. Nu kijkt hij naar God. Zijn vreugde is niet meer afhankelijk van wat hij bezit of van wat hij om zich heen ziet. De HEERE Zelf is zijn vreugde geworden. Dat is leven door geloof. Het betekent niet dat de gelovige altijd begrijpt wat God doet. Habakuk heeft geleerd dat Gods wegen soms heel anders zijn dan hij verwacht. Het betekent ook niet dat moeilijke omstandigheden onmiddellijk verdwijnen. Aan het einde van het boek is de dreiging van Babylon nog steeds werkelijk. Maar Habakuk heeft een andere grond onder zijn voeten gekregen.

Daarom zegt hij: ‘De HEERE Heere is mijn kracht.’ Niet zijn eigen inzicht. Niet zijn vermogen om de toekomst te beheersen. Niet zijn bezit. De HEERE is zijn kracht. God maakt zijn voeten als die van de hinden en doet hem treden op zijn hoogten. In de lezing wordt daarbij de verbinding gelegd met het beeld van een hinde die zich zeker over moeilijke en hoge plaatsen beweegt. De omstandigheden kunnen gevaarlijk zijn. De weg kan moeilijk zijn. Maar God geeft vaste voeten.

Het boek Habakuk begon met een profeet die tot God riep: Hoe lang nog? Waarom grijpt U niet in? Daarna hoorde hij dat God wel ingreep en vroeg hij: Waarom grijpt U zó in? Vervolgens ging hij op zijn wachtpost staan. Hij leerde wachten. Hij hoorde het grote woord: ‘De rechtvaardige zal door zijn geloof leven.’ En nu eindigt het boek met een profeet die kan zeggen: Al valt alles weg, ik zal mij verheugen in de HEERE. De omstandigheden zijn niet veranderd. Maar Habakuk is veranderd. Dat is de geestelijke les van dit boek. Van vragen naar wachten. Van wachten naar vertrouwen. Van vertrouwen naar aanbidding.

De titel van deze laatste lezing vat die weg samen: Als Hij uitblijft, verwacht Hém. Wacht niet alleen op een verandering van omstandigheden. Wacht niet alleen op een verklaring. Wacht niet alleen op de oplossing van het probleem. Verwacht de HEERE Zelf. Want de rechtvaardige leeft niet door wat hij ziet. De rechtvaardige zal door zijn geloof leven.

Opname: mei 2022

Bekijk meer studies van:

Deel deze video met anderen:


Meer video’s