(29.03) Joël 2:18-3:21 “De HEERE doet grote dingen”
Met Joël 2:18 komt er een beslissende wending in het boek. Tot nu toe stonden de verwoesting van het land, de naderende dag van de HEERE en de dringende oproep tot bekering centraal. Het volk werd opgeroepen om zich voor God te verootmoedigen en de priesters moesten tussen de voorhal en het altaar roepen: ‘Spaar Uw volk, HEERE.’ Nu komt het antwoord van God.
De HEERE ijvert voor Zijn land en ontfermt Zich over Zijn volk. Deze woorden laten zien hoe bijzonder de verhouding is tussen God, Israël en het land dat Hij aan dit volk heeft gegeven. Het is niet zomaar een land en Israël is niet zomaar een volk. De HEERE noemt het Zijn land en Zijn volk.
God belooft opnieuw koren, nieuwe wijn en olie. De tekorten zullen verdwijnen en het volk zal weer verzadigd worden. Ook zal de smaad onder de volken worden weggenomen. Waar de volken konden vragen waar de God van Israël was, zal nu zichtbaar worden dat de HEERE Zijn volk niet heeft vergeten.
Ook de vijand uit het noorden zal worden verwijderd. Joël beschrijft hoe deze macht uit het land wordt verdreven en ten onder gaat. In de lezing wordt ingegaan op de vraag wie met deze noordelijke vijand wordt bedoeld en hoe deze profetie past in het grotere profetische toekomstbeeld rond Israël.
De vijand heeft grote dingen gedaan, maar daartegenover klinkt een veel belangrijker boodschap: de HEERE doet grote dingen. Dat is het centrale thema van deze afsluitende lezing. Menselijke machten kunnen indrukwekkend en angstaanjagend zijn, maar uiteindelijk is het God die Zijn plannen uitvoert en de geschiedenis tot haar bestemming brengt. Daarom hoeft het land niet langer te vrezen. Zelfs de dieren van het veld worden aangesproken. De woestijnweiden zullen weer groen worden, de bomen zullen opnieuw vrucht dragen en de vijgenboom en de wijnstok zullen hun opbrengst geven. Ook de kinderen van Sion worden opgeroepen om zich te verheugen in de HEERE, hun God. De regen zal terugkeren en de dorsvloeren zullen vol koren zijn. De perskuipen zullen overlopen van nieuwe wijn en olie.
Dan volgt een van de meest bijzondere beloften van dit gedeelte: God zal de jaren vergoeden die door de sprinkhanen zijn opgegeten. De verwoesting was zo groot geweest dat het leek alsof alles verloren was. Maar de HEERE is in staat om te herstellen wat door jaren van oordeel en verwoesting verdwenen is. Het herstel gaat echter verder dan voedsel en welvaart. Het uiteindelijke doel is dat het volk de HEERE zal kennen. Israël zal overvloedig eten, verzadigd worden en de Naam van de HEERE loven. Het volk zal weten dat Hij in het midden van Israël is en dat Hij alleen God is.
Daarmee raakt Joël aan een van de grote thema’s van de profetie: God wil wonen te midden van Zijn volk. Het uiteindelijke herstel van Israël is niet alleen politiek, economisch of geografisch. Het belangrijkste is de herstelde verhouding met de HEERE.
Na deze beloften over het land en het volk volgt de bekende profetie over de uitstorting van Gods Geest. God zegt dat Hij daarna Zijn Geest zal uitstorten op alle vlees. Zonen en dochters zullen profeteren, ouden zullen dromen dromen en jongelingen zullen gezichten zien. Deze woorden zijn vooral bekend doordat Petrus ze op de pinksterdag aanhaalt in Handelingen 2. Wanneer de Heilige Geest wordt uitgestort en de discipelen in andere talen spreken, verklaart Petrus wat er gebeurt door te verwijzen naar de profeet Joël. In de lezing wordt ingegaan op de verhouding tussen Pinksteren en de volledige vervulling van Joëls profetie. Wat op de pinksterdag gebeurt, staat duidelijk in verband met de woorden van Joël. Tegelijk blijkt uit het vervolg van de profetie dat niet alles op die dag volledig is vervuld. Joël spreekt namelijk ook over wondertekenen in de hemel en op de aarde: bloed, vuur en rookzuilen. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed voordat de grote en ontzagwekkende dag van de HEERE komt. Deze tekenen wijzen vooruit naar toekomstige gebeurtenissen die ook op andere plaatsen in de Bijbel worden beschreven. De profetie reikt daarom verder dan de gebeurtenissen in Handelingen 2. Zij staat in verband met Gods toekomstige handelen met Israël en met de komst van de dag van de HEERE.
Midden in deze ernstige aankondiging klinkt opnieuw een boodschap van redding: ieder die de Naam van de HEERE aanroept, zal ontkomen. Er zal ontkoming zijn op de berg Sion en in Jeruzalem. In het Nieuwe Testament wordt deze uitspraak opnieuw aangehaald. Daarmee wordt zichtbaar hoe rijk en veelomvattend de woorden van Joël zijn. Dezelfde God die het oordeel aankondigt, biedt een weg van redding aan voor wie Zijn Naam aanroept.
In hoofdstuk 3 wordt het blikveld opnieuw breder. De HEERE spreekt over de tijd waarin Hij een keer zal brengen in het lot van Juda en Jeruzalem. De volken worden verzameld en naar het dal van Josafat gebracht. De naam Josafat betekent: ‘de HEERE oordeelt’. Het dal wordt voorgesteld als de plaats waar God een rechtszaak voert met de volken. Het gaat daarbij om de manier waarop zij met Zijn volk Israël en met Zijn land zijn omgegaan. De HEERE zegt dat de volken Zijn volk onder de heidenvolken hebben verstrooid en Zijn land hebben verdeeld. Mensen werden verhandeld en Gods volk werd behandeld alsof het geen waarde had. Maar God heeft gezien wat er is gebeurd en zal de volken ter verantwoording roepen. Daarmee wordt een belangrijk beginsel van de profetie zichtbaar. De volken zijn verantwoordelijk voor hun houding tegenover Israël. God vergeet niet wat met Zijn volk en Zijn land wordt gedaan.
De beelden worden steeds indringender. De sikkel moet worden uitgeslagen, want de oogst is rijp. De perskuipen zijn vol en lopen over, omdat de boosheid van de volken groot is geworden. Dan klinkt de bekende uitroep: ‘Menigten, menigten in het dal van de beslissing.’ De dag van de HEERE is nabij. Zon en maan worden verduisterd en de sterren verliezen hun glans.
De HEERE brult uit Sion en laat Zijn stem klinken vanuit Jeruzalem. Hemel en aarde beven. Voor de volken is dit een angstaanjagende werkelijkheid, maar voor Zijn eigen volk betekent het iets heel anders: de HEERE is een toevlucht voor Zijn volk en een vesting voor de kinderen van Israël.
Opnieuw komen oordeel en redding in één gedeelte samen. Dezelfde God die de volken oordeelt, beschermt Zijn volk. Het gevolg is dat Israël zal weten dat de HEERE zijn God is. Hij woont op Sion, Zijn heilige berg, en Jeruzalem zal heilig zijn. Vreemden zullen de stad niet langer overheersen zoals dat in de geschiedenis zo vaak is gebeurd.
Het boek Joël eindigt vervolgens met een indrukwekkend beeld van zegen en herstel. De bergen zullen druipen van jonge wijn, de heuvels zullen vloeien van melk en de waterstromen van Juda zullen vol water zijn.
Bijzonder is de vermelding van een bron die uit het huis van de HEERE zal voortkomen. Ook andere profeten spreken over water dat in de toekomstige tijd vanuit het heiligdom stroomt en leven brengt in het land. Wat eens dor, kaal en verwoest was, wordt vruchtbaar. De verwoesting waarmee het boek begon, maakt plaats voor overvloed en leven.
Tegelijk blijft het onderscheid tussen de volken en Gods herstelde volk bestaan. Egypte en Edom worden genoemd als voorbeelden van gebieden die onder het oordeel komen vanwege het geweld tegen de kinderen van Juda. Maar Juda zal voor altijd bewoond worden en Jeruzalem van generatie op generatie.
Het laatste vers brengt de boodschap van het hele boek tot haar hoogtepunt. God zal het vergoten bloed niet onschuldig houden en Hij zal wonen in Sion. Daarmee eindigt Joël waar de hele geschiedenis uiteindelijk op uitloopt: God woont te midden van Zijn volk.
De lijn van het boek is daarmee indrukwekkend. Het begint met een kaalgevreten land en een volk dat wakker geschud moet worden. Daarna volgt de oproep tot bekering, het antwoord van God, het herstel van het land, de uitstorting van Gods Geest, het oordeel over de volken en uiteindelijk de blijvende aanwezigheid van de HEERE in Sion.
Deze afsluitende lezing laat zien dat de mens en de volken grote dingen kunnen doen, zowel in macht als in kwaad. Maar zij hebben niet het laatste woord. De HEERE doet grote dingen. Hij oordeelt, Hij redt, Hij herstelt en Hij brengt Zijn plannen met Israël, Jeruzalem en de wereld tot hun doel.
Opname: november 2021
Deel deze video met anderen:






