(06.20) Jozua 18 “Het erfdeel van Benjamin”

In Jozua 18 wordt de verdeling van het land voortgezet. Juda, Efraïm en Manasse hebben hun erfdeel inmiddels ontvangen, maar zeven stammen wachten nog. Het hoofdstuk begint daarom niet direct met nieuwe grenzen en steden, maar met een ernstige vraag van Jozua: ‘Hoelang bent u nog te traag om het land binnen te gaan en het in bezit te nemen?’ Het land is door God gegeven. De grote vijandelijke machten zijn verslagen. Toch betekent dit niet dat iedere stam het eigen erfdeel ook werkelijk in bezit heeft genomen. Jozua 18 laat daarmee opnieuw het verschil zien tussen een geschonken erfdeel en een genoten erfdeel.

Het hoofdstuk bestaat uit twee grote delen:

  • de opdracht om vanuit Silo de rest van het land te verdelen
  • het erfdeel van Benjamin

Het hele volk verzamelt zich in Silo en daar wordt de tent van ontmoeting opgericht. Silo ligt centraal in het land, in het gebied van Efraïm. De naam wordt verbonden met de gedachte aan een ‘vredebrenger’ en in de studie ook met de profetie van Jakob in Genesis 49.

Voordat Jeruzalem de centrale plaats van de eredienst wordt, staat de tabernakel in Silo. Vanuit deze plaats wordt de verdere verdeling van het land geregeld. Dat is veelzeggend. De verdeling van het erfdeel vindt plaats vanuit de tegenwoordigheid van God.

In de studie wordt teruggekeken op de weg die Israël tot nu toe heeft afgelegd. Bij Gilgal herinnerden de twaalf stenen aan de doortocht door de Jordaan. Daar vond de besnijdenis plaats, werd het Pascha gevierd en at het volk van het geroosterde koren van het land. Bij de berg Ebal werd een altaar gebouwd en werd de wet voorgelezen. Nu komt het volk in Silo.  De strijd en de verdeling van het land staan niet los van Gods tegenwoordigheid, het offer en Zijn Woord. Het doel van het erfdeel is niet alleen dat Israël bezit heeft, maar dat God in het midden van Zijn volk woont.

Het land is inmiddels grotendeels veroverd. Het zuiden en het noorden zijn onderworpen en een deel van het erfdeel is verdeeld. De tweeënhalve stammen hebben hun gebied ten oosten van de Jordaan ontvangen. Juda heeft zijn erfdeel in het zuiden gekregen en Efraïm en Manasse in het midden van het land. Maar zeven stammen hebben hun gebied nog niet in bezit genomen. Daarom stelt Jozua zijn scherpe vraag: ‘Hoelang bent u nog te traag?’ De stammen missen geen erfdeel omdat God te weinig heeft gegeven. Het probleem is hun eigen traagheid. Daarin ligt een belangrijke geestelijke toepassing. God heeft de gelovige in Christus met alle geestelijke zegeningen gezegend. Toch kunnen christenen traag zijn om die rijkdom werkelijk te leren kennen en te genieten. Soms is een aansporing nodig.

Gebrek aan geestelijke kennis is niet altijd het gevolg van gebrek aan mogelijkheden. Het kan ook voortkomen uit lauwheid en een gebrek aan verlangen om werkelijk te onderzoeken wat God heeft gegeven. Jozua geeft daarom opdracht om uit iedere overgebleven stam drie mannen aan te wijzen. Zij moeten door het land trekken, het beschrijven en daarna terugkomen. Het veroverde land moet als het ware worden opgemeten. In de studie wordt dit verbonden met de gebeden van Paulus in de brief aan de Efeziërs. Hij bidt dat de gelovigen zullen weten wat de hoop van Gods roeping en de rijkdom van Zijn erfenis is, en dat zij in staat zullen zijn de breedte, lengte, diepte en hoogte te begrijpen.

God wil niet dat Zijn volk slechts weet dát er een erfdeel is. Hij wil dat het de omvang en rijkdom ervan leert kennen. De zeven gebieden worden beschreven en vervolgens wordt het lot geworpen voor het aangezicht van de HEERE in Silo. Iedere stam ontvangt zijn eigen deel. Daarbij wordt in de studie gewezen op verschillen binnen het ene volk van God. Niet iedere stam ontvangt hetzelfde gebied. Ook gelovigen en plaatselijke gemeenten kunnen verschillen in inzicht, ontwikkeling en verantwoordelijkheid. Maar kennis van de waarheid mag nooit alleen bestaan uit wat anderen hebben ontdekt of geleerd. Wat God heeft gegeven, moet een persoonlijke, innerlijke overtuiging worden. Het vraagt geestelijke inzet en de strijd van het geloof.

Daarna komt het erfdeel van Benjamin aan de orde. Benjamin was de jongste zoon van Jakob en Rachel. Zijn moeder noemde hem bij zijn geboorte Ben-Oni, ‘zoon van mijn smart’, maar Jakob gaf hem de naam Benjamin: ‘zoon van mijn rechterhand’.

Benjamin ontvangt zijn gebied tussen Juda en Efraïm, twee belangrijke en machtige stammen. Zijn erfdeel is niet groot, maar wordt nauwkeurig beschreven. De grootte van een stam of erfdeel is niet bepalend voor de geestelijke betekenis ervan. Benjamin was na Simeon een van de kleinste stammen, maar stond bekend als krachtig en strijdbaar. De geschiedenis van deze stam laat zowel positieve als negatieve kanten zien.

In de tijd van de richters leidt de zonde in Gibea tot een verschrikkelijke burgeroorlog waarin Benjamin bijna volledig wordt uitgeroeid. Later blijft Benjamin echter samen met Juda trouw aan het huis van David wanneer het rijk in tweeën scheurt. Ook de apostel Paulus was uit de stam Benjamin. Hij noemt zichzelf een Israëliet, uit het nageslacht van Abraham, uit de stam Benjamin.

Het erfdeel van Benjamin ligt tussen Juda en Efraïm. Verschillende bekende plaatsen bevinden zich in dit gebied of aan de grenzen ervan. De grenzen worden nauwkeurig beschreven. Dat onderstreept opnieuw dat ieder erfdeel door God wordt bepaald. Benjamin hoeft niet het gebied van Juda of Efraïm te bezitten. Het moet het eigen door God gegeven terrein leren kennen en bewaren.

Onder de steden van Benjamin worden onder andere Jericho, Bethel, Gibeon en Jeruzalem genoemd. Dat zijn plaatsen met een rijke en soms ernstige geschiedenis. Jericho herinnert aan de eerste grote overwinning in het land. Bethel is verbonden met het huis van God. Gibeon herinnert aan de list waardoor Israël werd misleid. Jeruzalem zal later de stad worden die God uitkiest om Zijn Naam daar te laten wonen. Zo ligt binnen het kleine erfdeel van Benjamin een opmerkelijke rijkdom aan plaatsen die in de verdere Bijbelse geschiedenis een belangrijke rol zullen spelen.

Jozua 18 begint echter niet bij Benjamin, maar bij Silo en bij de traagheid van de zeven stammen. Daar ligt de centrale boodschap van het hoofdstuk. God heeft het land gegeven. De vijand is in beginsel verslagen. Het erfdeel ligt klaar. Maar het moet worden onderzocht, gekend en in bezit genomen. De vraag van Jozua klinkt daarom ook tot ons: ‘Hoelang bent u nog te traag’?

Hoeveel van de geestelijke rijkdom die God in Christus heeft gegeven, kennen wij werkelijk? Hoeveel daarvan is een persoonlijke overtuiging geworden? En hoeveel van het land dat God heeft geschonken, hebben wij daadwerkelijk in bezit genomen?

Opname: september 2024.

Bekijk meer studies van:

Deel deze video met anderen:


Meer video’s