(06.22) Jozua 20 “De zes vrijsteden”
Na de verdeling van het land komen in Jozua 20 de zes vrijsteden aan de orde. God had al eerder door Mozes opdracht gegeven om deze steden aan te wijzen. Nu Israël in het land woont, wordt die opdracht uitgevoerd. De vrijsteden zijn bestemd voor iemand die zonder opzet een ander heeft gedood. Zo iemand kan vluchten voor de bloedwreker en in een vrijstad bescherming vinden totdat zijn zaak volgens Gods voorschriften is onderzocht.
Het hoofdstuk is kort, maar bevat een rijke geestelijke boodschap. De vrijsteden laten zien dat God heilig en rechtvaardig is, maar tegelijk een plaats van bescherming en redding geeft. De achtergrond van de vrijsteden ligt in Gods woorden aan Noach na de zondvloed. Wie het bloed van een mens vergiet, is schuldig aan diens dood, omdat de mens naar het beeld van God is gemaakt. Bloedvergieten is daarom voor God een ernstige zaak.
Binnen Israël bestond de verantwoordelijkheid van de bloedwreker. Deze was meestal een naaste bloedverwant van de gedode persoon. Hij had het recht en de plicht om op te treden tegen de doodslager. Maar er moest onderscheid worden gemaakt tussen moord met voorbedachten rade en iemand die zonder opzet de dood van een ander had veroorzaakt. Daarom gaf God de vrijsteden.
De doodslager moest naar de dichtstbijzijnde vrijstad vluchten. Bij de ingang van de stad legde hij zijn zaak voor aan de oudsten. Zij moesten hem opnemen en een plaats geven om bij hen te wonen. De bloedwreker mocht hem daar niet doden. De vrijstad werd daarmee letterlijk een plaats van leven te midden van de dreiging van de dood. In de studie wordt de geestelijke betekenis van deze regeling verbonden met de geschiedenis van Israël en met het werk van de Heer Jezus. Toen de Heer Jezus werd gekruisigd, droeg Israël een ernstige verantwoordelijkheid. Toch bad Hij aan het kruis: ‘Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.’ Ook Petrus zegt later in Jeruzalem dat het volk en zijn leiders uit onwetendheid hebben gehandeld. Daarmee wordt de deur van genade nog geopend. Israël had de Messias gedood, maar God behandelde het volk niet onmiddellijk als een opzettelijke moordenaar voor wie geen toevlucht mogelijk was. In Zijn genade werd nog een weg van bekering en bescherming aangeboden. In die zin wordt de vrijstad een bijzonder beeld van de bescherming die God geeft.
Tegelijk wordt in de studie benadrukt dat de vrijsteden niet eenvoudig in ieder detail gelijkgesteld kunnen worden met de verlossing van een zondaar. De doodslager in Jozua 20 is niet iemand die van alle schuld wordt vrijgesproken. Hij moet in de stad blijven en staat onder bepaalde voorwaarden. Toch zijn er duidelijke geestelijke lijnen. De mens staat in een wereld waarin de dood heerst en heeft een plaats van toevlucht nodig. De enige werkelijke veiligheid is te vinden bij God en in het werk van Christus.
De brief aan de Hebreeën spreekt over mensen die hun toevlucht hebben genomen om de voorgestelde hoop vast te houden. Daar wordt de gelovige herinnerd aan de zekerheid van Gods belofte en aan de hoop die als een anker van de ziel tot binnen het voorhangsel reikt.
De doodslager mocht de vrijstad niet verlaten. Buiten de grenzen van de stad kon de bloedwreker hem doden. Dat laat zien dat veiligheid verbonden is met de plaats die God Zelf heeft aangewezen. De mens kan niet zelf bepalen waar hij bescherming zoekt. Niet iedere stad was een vrijstad. God wees de plaats aan. Ook geestelijk is er geen veiligheid in menselijke godsdienst, goede bedoelingen of eigen oplossingen. God Zelf bepaalt de weg van redding.
De doodslager bleef in de vrijstad tot de dood van de hogepriester die in die dagen gezalfd was. Daarna mocht hij terugkeren naar zijn eigen stad en huis. De dood van de hogepriester vormt daarmee een beslissend moment. In de studie wordt hierin opnieuw een verbinding met de Heer Jezus gezien. Door Zijn dood is een nieuwe situatie ontstaan. Zijn offer vormt de grondslag waarop God in genade kan handelen.
Voor Israël heeft deze geschiedenis bovendien een profetische betekenis. Het volk is als gevolg van de verwerping van de Messias verstrooid geraakt. Toch zal er een toekomstig herstel zijn. God heeft Zijn volk niet definitief verstoten.
Daarna worden de zes vrijsteden bij naam genoemd. Drie liggen aan de westzijde van de Jordaan en drie aan de oostzijde. In het westen zijn dat:
- Kedes in Galilea, in het bergland van Naftali
- Sichem in het bergland van Efraïm
- Kirjath-Arba, dat is Hebron, in het bergland van Juda
Aan de oostzijde van de Jordaan zijn dat:
- Bezer in de woestijnvlakte, voor de stam Ruben
- Ramoth in Gilead, voor de stam Gad
- Golan in Basan, voor de halve stam Manasse.]
De ligging van de steden laat zien dat de weg naar een vrijstad voor het volk bereikbaar moest zijn. De steden waren over het land verspreid. Niemand mocht kunnen zeggen dat de plaats van bescherming onbereikbaar was. Ook de namen van de vrijsteden worden in de studie geestelijk toegepast
Kedes betekent ‘heiligdom’ of ‘heilig’. Werkelijke bescherming wordt gevonden in verbinding met de heiligheid van God. Sichem wordt verbonden met de ‘schouder’. De schouder spreekt in de Bijbel van kracht en van het dragen van verantwoordelijkheid. De Heer is machtig om te dragen en te bewaren. Hebron betekent ‘gemeenschap’. De veilige plaats is verbonden met gemeenschap met God.
Bezer betekent ‘vesting’ of ‘sterke plaats’. God Zelf is de veilige vesting van wie tot Hem vlucht. Ramoth betekent ‘hoogten’. De gelovige is geroepen om de dingen te zoeken die boven zijn. Golan wordt verbonden met ballingschap of vreemdelingschap. Gods volk leeft in deze wereld als vreemdeling en ziet uit naar wat God heeft beloofd.
Samen vormen de zes namen een rijk geestelijk beeld: heiligheid, kracht, gemeenschap, bescherming, hemelse hoogte en vreemdelingschap.
De vrijsteden waren niet alleen bestemd voor geboren Israëlieten. Ook de vreemdeling en de bijwoner konden erheen vluchten. De bescherming die God gaf, was dus toegankelijk voor ieder die binnen de voorwaarden van Zijn Woord tot de aangewezen plaats vluchtte.
Dat maakt Jozua 20 tot een hoofdstuk vol genade. Er is schuld. Er is de dreiging van oordeel. Er is een bloedwreker. Maar God heeft ook een plaats van toevlucht aangewezen. De grote vraag is daarom: waar zoeken wij onze veiligheid?
De vrijsteden wijzen vooruit naar de God Die Zelf een weg van redding heeft gegeven. Niet een weg die de mens heeft bedacht, maar een toevlucht die op Zijn Woord rust. Wie vlucht naar de plaats die God heeft aangewezen, vindt bescherming.
Opname: oktober 2024.
Deel deze video met anderen:






