(06.23) Jozua 21 “De 48 Levietensteden”

In Jozua 21 komen de Levieten naar voren. Alle andere stammen hebben inmiddels hun erfdeel ontvangen, maar Levi heeft geen eigen aaneengesloten gebied in het land. Toch zijn de Levieten niet zonder erfdeel. Zij ontvangen 48 steden, verspreid over de gebieden van de andere stammen. Dit hoofdstuk vormt daarmee een belangrijke aanvulling op de verdeling van het land. De Levieten krijgen geen afzonderlijk gebied naast de andere stammen, maar een plaats te midden van het hele volk van God.

Het hoofdstuk begint bij Silo, waar de tent van ontmoeting staat. Daar komen de familiehoofden van de Levieten naar de priester Eleazar, Jozua en de familiehoofden van de stammen. Zij herinneren hen aan het bevel dat de HEERE door Mozes had gegeven: de Levieten moesten steden ontvangen om in te wonen, met weidegronden voor hun vee. Opnieuw is het Woord van God beslissend. De Levieten vragen niet om iets wat zij zelf hebben bedacht. Zij beroepen zich op wat de HEERE heeft gesproken. Daarin ligt een belangrijk geestelijk beginsel. De gelovige mag weten wat God in Zijn Woord heeft beloofd en op grond daarvan vragen. Geloof kent Gods gedachten en rekent met wat Hij heeft gezegd.

De Levieten worden door God als gave aan Aäron en zijn zonen gegeven. In de studie wordt hierin een geestelijke lijn gezien naar Christus en de gemeente. De Heer Zelf is de Opdrachtgever. De Levieten verrichten de dienst bij de tent van ontmoeting, dragen zorg voor de voorwerpen van de tabernakel en houden zich bezig met de heilige dingen. Vervolgens worden zij aan Aäron en zijn zonen gegeven. Zo is ook de dienst in de gemeente niet in de eerste plaats menselijke activiteit. De Heer geeft gaven en dienaren met het oog op de opbouw van Zijn gemeente.

De Levieten hadden bovendien een bijzonder erfdeel. Eerder in het boek Jozua werd dat op drie manieren beschreven. De vuuroffers van de HEERE waren hun erfdeel. De HEERE Zelf was hun erfdeel. En het priesterschap van de HEERE was hun erfdeel. Dat is veelzeggend. De andere stammen ontvingen een gebied met steden, akkers en wijngaarden. Levi ontving iets anders. De stam was op een bijzondere manier verbonden met de dienst van God, met Zijn altaar en met Zijn tegenwoordigheid. Daarin ligt een rijke geestelijke toepassing. De hoogste zegen van de gelovige is uiteindelijk niet wat God geeft, maar God Zelf. En de hoogste roeping is niet bezit voor onszelf, maar dienst voor Hem.

Toch hadden de Levieten ook concrete plaatsen nodig om te wonen. Daarom ontvangen zij 48 steden. Daaronder bevinden zich de zes vrijsteden die in het vorige hoofdstuk zijn genoemd. Daarnaast krijgen zij 42 andere steden. De Levietensteden worden verspreid over het hele land. Iedere stam staat een deel van zijn erfdeel af. Dat betekent dat de dienst van God niet geconcentreerd blijft in één klein gebied. Overal in Israël wonen Levieten. De studie verbindt dit met de plaats van geestelijke dienst binnen het volk van God. Iedere plaatselijke gemeente heeft de gaven nodig die de Heer geeft. De dienst van het Woord, geestelijke zorg en opbouw zijn niet alleen bestemd voor één centrum of één bijzondere groep. Tegelijk leren de stammen om iets van hun eigen erfdeel beschikbaar te stellen voor de dienst van de HEERE. De steden worden door het lot verdeeld onder de verschillende families van Levi.

Eerst komen de nakomelingen van Kehath aan de orde. Uit deze familie kwamen Aäron en zijn zonen, de priesters. De priesters ontvangen dertien steden uit het gebied van Juda, Simeon en Benjamin. Onder deze steden bevinden zich Hebron en andere plaatsen in de omgeving van het toekomstige centrum van de dienst van God.

De overige Kehathieten ontvangen tien steden uit het gebied van Efraïm, Dan en de halve stam Manasse.

Daarna ontvangen de Gersonieten dertien steden uit het gebied van Issaschar, Aser, Naftali en de halve stam Manasse in Basan.

Ten slotte krijgen de Merarieten twaalf steden uit de gebieden van Ruben, Gad en Zebulon.

Zo komen de 48 steden verspreid over heel Israël te liggen. De verschillende families van Levi hadden ook verschillende taken bij de tabernakel. De Gersonieten waren vooral verantwoordelijk voor de buitenkant en de zichtbare delen van de tabernakel: de tentkleden, de dekkleden en de gordijnen. Zij kregen wagens en runderen om deze onderdelen te vervoeren. In de studie wordt daarbij een verbinding gelegd met het werk van evangelisten. Zij richten zich naar buiten en brengen het evangelie tot mensen die nog niet binnen zijn.

De Kehathieten waren verantwoordelijk voor de heilige voorwerpen in het heiligdom. Zij droegen onder andere de ark en andere heilige voorwerpen op hun schouders. Hierin wordt een verbinding gezien met leraars. Zij houden zich bezig met de inhoud van Gods waarheid en met de geestelijke rijkdom die God heeft geopenbaard.

De Merarieten droegen de zware, verbindende onderdelen van de tabernakel: de planken, dwarsbalken, pilaren en voetstukken. In de studie worden zij verbonden met herders. Hun werk is gericht op het bewaren van de samenhang, het ondersteunen en het verbinden van Gods volk.

Evangelisten, leraars en herders hebben verschillende taken. Maar zij dienen dezelfde Heer. En zij werken met het oog op hetzelfde huis van God. Daarbij is het belangrijk dat de verschillende diensten elkaar niet vervangen of beconcurreren. Iedere gave heeft een eigen plaats en verantwoordelijkheid. De een richt zich vooral naar buiten. De ander helpt de gelovigen de heilige dingen van God te leren kennen. Een derde draagt zorg voor verbinding, ondersteuning en geestelijke samenhang.

De 48 Levietensteden laten daarmee zien hoe belangrijk de dienst voor God is in het hele land. Maar het hoofdstuk eindigt niet met de Levieten. Het eindigt met rust. De HEERE geeft Israël het hele land dat Hij hun vaderen gezworen had te geven. Zij nemen het in bezit en wonen erin. Daarna staat er dat de HEERE hun rondom rust geeft.

Het begrip rust vormt een hoogtepunt in het boek Jozua. Eerder werd gezegd dat het land rustte van de strijd. Nu geeft de HEERE het volk rondom rust. Geen van de vijanden kan voor Israël standhouden. De HEERE geeft hen allemaal in hun hand.

En dan volgt een van de belangrijkste samenvattingen van het hele boek: Geen woord van alle goede woorden die de HEERE tot het huis van Israël gesproken had, is onvervuld gebleven. Alles is uitgekomen. Dat is de grote conclusie van Jozua 21. De geschiedenis van Israël kent menselijke zwakheid, traagheid, zonde en onvolkomen bezit. Maar aan de kant van God ontbreekt niets. Hij heeft alles gedaan wat Hij heeft beloofd.

Toch is deze rust nog niet de definitieve rust. De brief aan de Hebreeën maakt duidelijk dat Jozua het volk niet in de uiteindelijke rust heeft gebracht. Er blijft een sabbatsrust over voor het volk van God. De rust in Kanaän wijst daarom vooruit. God heeft Zijn beloften aan Israël vervuld, maar Zijn grote plan is nog niet voltooid. Er blijft een toekomstige rust over waarin alles volledig aan Zijn bedoeling zal beantwoorden.

Jozua 21 verbindt zo twee grote gedachten. Aan de ene kant staan de Levieten: mensen die verspreid over het land leven voor de dienst van God. Aan de andere kant staat de rust die de HEERE aan Zijn volk geeft. Dienst en rust horen bij elkaar.

God brengt Zijn volk in het erfdeel, geeft gaven voor de dienst en blijft Zelf de garantie dat geen enkel goed woord van Hem onvervuld zal blijven. Alles is uitgekomen.

Opname: oktober 2024.

Bekijk meer studies van:

Deel deze video met anderen:


Meer video’s