(06.25) Jozua 23 “De laatste woorden van Jozua aan de oudsten van het volk”

Jozua is oud en op hoge leeftijd gekomen. De grote strijd om het land ligt achter hem en de HEERE heeft Israël rondom rust gegeven. Voordat Jozua sterft, roept hij de leiders van het volk bij zich: de oudsten, de familiehoofden, de rechters en de beambten. Jozua 23 bevat zijn laatste woorden aan deze verantwoordelijke mannen. Het hoofdstuk vormt samen met Jozua 24 de afsluiting van het boek. Jozua 23 is in het bijzonder gericht tot de leiders van Israël; in het volgende hoofdstuk zal het hele volk worden samengeroepen.

In de studie wordt deze afscheidsrede vergeleken met andere laatste woorden in de Bijbel. Mozes spreekt aan het einde van zijn leven tot Israël in Deuteronomium 32 en 33. Samuël houdt een afscheidsrede in 1 Samuël 12. Paulus spreekt in Handelingen 20 tot de oudsten van Efeze. Er is ook een verschil. Jozua kan niet, zoals Paulus, zeggen: ‘Wees navolgers van mij.’ Jozua is een beeld van de Heer Jezus als de Leidsman Die Zijn volk in het erfdeel brengt. Maar in de Bijbelse geschiedenis blijft hij een mens. Het volmaakte voorbeeld wordt alleen in Christus gevonden.

Jozua begint zijn toespraak met wat de leiders zelf hebben gezien. ‘U hebt alles gezien wat de HEERE, uw God, voor uw ogen met al deze volken gedaan heeft, want de HEERE, uw God, Hij Zelf heeft voor u gestreden.’ Israël mag nooit denken dat het door eigen kracht in het land is gekomen. De overwinning is het werk van God.

Jozua heeft het land door het lot als erfdeel verdeeld. Er zijn nog volken overgebleven, maar de HEERE heeft beloofd ook hen voor Israël uit te drijven. Gods trouw vormt de grondslag. Maar juist daarom volgt een ernstige oproep tot verantwoordelijkheid. ‘Wees daarom zeer sterk.’ Dat is opvallend. De strijd is grotendeels voorbij en het volk heeft rust ontvangen. Toch is geestelijke kracht nog steeds nodig. Het ene deel van de strijd is voorbij, maar er begint een andere strijd: het bewaren van wat God heeft gegeven. Een erfdeel ontvangen is één ding. Het erfdeel bewaren is iets anders. De leiders moeten zeer sterk zijn om alles wat geschreven staat in het wetboek van Mozes nauwlettend te houden en te doen. Zij mogen daarvan niet naar rechts of naar links afwijken. Opnieuw staat het Woord van God centraal. De toekomst van het volk hangt niet af van nieuwe strategieën, menselijke wijsheid of aanpassing aan de volken rondom hen. Israël moet blijven bij wat God heeft gesproken.

Jozua waarschuwt de leiders om zich niet te vermengen met de volken die in het land zijn overgebleven. Zij mogen de namen van hun goden niet noemen, er niet bij zweren, ze niet dienen en zich er niet voor neerbuigen. In plaats daarvan moeten zij zich aan de HEERE vasthouden. Dat is de positieve kern van de oproep. Het gaat niet alleen om afstand houden van het kwaad. De werkelijke bescherming ligt in het vasthouden aan de HEERE.

Israël heeft tot op dat moment ervaren wat God kan doen. Grote en sterke volken zijn verdreven. Niemand heeft voor hen kunnen standhouden. Eén man uit Israël kon duizend vijanden achtervolgen, omdat de HEERE voor Zijn volk streed. Maar juist na zulke overwinningen bestaat het gevaar van geestelijke verslapping. Wanneer de strijd hevig is, beseft een gelovige vaak sterk hoe afhankelijk hij van de Heer is. Wanneer er rust komt, kan waakzaamheid verdwijnen.

Daarom zegt Jozua: ‘Wees daarom, omwille van uw leven, zeer op uw hoede dat u de HEERE, uw God, liefhebt.’ De liefde tot de HEERE moet worden bewaakt. Dat klinkt misschien vreemd. Liefde lijkt spontaan te moeten zijn. Toch laat de Bijbel zien dat het hart kan afdwalen. Andere dingen kunnen de plaats innemen die alleen God toekomt. Daarom is geestelijke waakzaamheid nodig. De studie verbindt dit met de verantwoordelijkheid van de oudsten in het Nieuwe Testament. Paulus zegt in Handelingen 20 tegen de oudsten van Efeze: ‘Pas op uzelf en op heel de kudde.’ De volgorde is belangrijk. Eerst: pas op uzelf. Daarna: pas op de kudde. Wie verantwoordelijkheid draagt voor anderen, moet beginnen met zijn eigen wandel, zijn eigen hart en zijn eigen verhouding tot de Heer.

Een oudste is geen heerser over de gelovigen. Hij is een opziener die door de Heilige Geest is gesteld om zorg te dragen voor de gemeente van God, die Hij verkregen heeft door het bloed van Zijn eigen Zoon. De kudde behoort niet aan de oudsten. De gemeente behoort aan God. Dat maakt de verantwoordelijkheid groot.

Jozua waarschuwt vervolgens voor wat er zal gebeuren wanneer Israël zich toch verbindt met de overgebleven volken. Als zij huwelijken met hen aangaan en zich met hen vermengen, zal de HEERE deze volken niet langer voor hen verdrijven. Dan zullen zij worden tot:

  • een strik
  • een val
  • een gesel op hun zijden
  • en dorens in hun ogen

Wat Israël niet verdrijft, zal uiteindelijk Israël gaan beheersen. Dat beginsel is in de eerdere hoofdstukken van Jozua al verschillende keren zichtbaar geworden. Juda verdreef de Jebusieten niet. Efraïm liet de Kanaänieten in Gezer wonen. Manasse slaagde er niet in verschillende steden volledig in bezit te nemen. Wat aanvankelijk slechts een overgebleven vijand lijkt, kan later een strik worden. Daarin ligt een ernstige geestelijke les. Kwaad dat wordt verdragen, blijft niet neutraal. Een verkeerde invloed die niet wordt geoordeeld, kan uiteindelijk de vrijheid en het geestelijke gezichtsvermogen aantasten.

De uitdrukking „dorens in uw ogen” is bijzonder ernstig. Wat God heeft gegeven om geestelijk te zien, wordt aangetast door wat het volk niet wilde wegdoen.

Jozua weet dat hij spoedig zal sterven. Hij zegt dat hij de weg van heel de aarde gaat. Maar voordat hij heengaat, wijst hij de leiders nog eenmaal op de absolute trouw van God. Met heel hun hart en heel hun ziel weten zij dat niet één woord van alle goede woorden die de HEERE over hen heeft gesproken, onvervuld is gebleven. Alles is uitgekomen. Niet één woord is onvervuld gebleven. Dat sluit aan bij de conclusie aan het einde van Jozua 21. Aan Gods kant heeft niets ontbroken.

Maar Jozua voegt daar nu een ernstige andere kant aan toe. Zoals alle goede woorden van God zijn uitgekomen, zo zullen ook Zijn waarschuwende woorden uitkomen wanneer het volk het verbond overtreedt en andere goden dient. Gods beloften zijn betrouwbaar. Maar Zijn waarschuwingen zijn dat ook. De trouw van God betekent niet alleen dat Hij zegen geeft. Hij is ook trouw aan Zijn heiligheid en aan Zijn Woord wanneer Zijn volk van Hem afwijkt. Daarom eindigt Jozua’s toespraak ernstig.

Wanneer Israël andere goden dient en zich voor hen neerbuigt, zal de toorn van de HEERE tegen hen ontbranden en zullen zij spoedig verdwijnen uit het goede land dat Hij hun heeft gegeven. Het hoofdstuk begon met rust. Het eindigt met de mogelijkheid het land te verliezen. Niet omdat God ontrouw zou worden, maar omdat Zijn volk het ontvangen erfdeel niet bewaart.

Jozua 23 bevat daarom een belangrijke boodschap voor iedere generatie van gelovigen. Wij leven van wat God heeft gedaan. Wij bezitten wat Hij heeft gegeven. Wij kunnen vertrouwen op ieder goed woord dat Hij heeft gesproken. Maar juist daarom worden wij geroepen om sterk te zijn, dicht bij Zijn Woord te blijven, ons aan Hem vast te houden en Hem lief te hebben. De grootste bedreiging komt niet altijd van een vijand die frontaal aanvalt. Soms ontstaat het grootste gevaar wanneer de strijd voorbij lijkt, de rust is gekomen en Gods volk langzaam begint te vermengen met wat het vroeger moest overwinnen.

Daarom klinkt de oproep van de oude Jozua: Wees zeer sterk. Blijf bij het Woord. Houd vast aan de HEERE. Pas op uzelf. Heb de HEERE, uw God, lief.

Opname: november 2024.

Bekijk meer studies van:

Deel deze video met anderen:


Meer video’s