(06.04) Jozua 2 “Rachab en de verspieders”
Jozua 2 is een bijzonder hoofdstuk over Gods genade. Terwijl Israël zich voorbereidt om het beloofde land in bezit te nemen, ontmoeten we in Jericho een vrouw die tot de vijanden van Gods volk behoort: Rachab. Juist in de stad waar de macht van de vijand sterk is, werkt God in het hart van iemand die Hem leert kennen en door geloof een plaats krijgt te midden van Zijn volk.
Het hoofdstuk valt in vier gedeelten uiteen. Eerst stuurt Jozua twee verspieders naar Jericho. Daarna zien we het geloof en het handelen van Rachab. Vervolgens ontkomen de verspieders en geven zij haar een teken van redding. Ten slotte keren zij terug naar Jozua met een heel ander verslag dan de tien ongelovige verspieders veertig jaar eerder.
De twee mannen worden vanuit Sittim uitgezonden om het land en vooral Jericho te verkennen. Jericho ligt als een belangrijk bolwerk aan de toegang tot het land. De stad ligt in het Jordaandal en stond bekend als de palmstad, in een vruchtbare omgeving met een bijna tropisch klimaat. Toch is juist deze aantrekkelijke stad bestemd voor het oordeel.
De verspieders komen in het huis van Rachab terecht. Zij is een hoer en behoort menselijk gezien tot de meest onwaarschijnlijke personen om een plaats in Gods plannen te krijgen. Toch wordt haar naam later opgenomen in het geslachtsregister van de Heer Jezus. Daarmee laat haar geschiedenis zien dat Gods genade zelfs midden in het gebied van de vijand mensen kan redden en aan Zijn volk kan toevoegen.
Rachab heeft gehoord wat de HEERE heeft gedaan. Zij weet van de doortocht door de Rode Zee en van de overwinning op Sihon en Og. De inwoners van het land hebben dezelfde berichten gehoord, maar bij Rachab leidt het horen tot geloof. Zij belijdt dat de HEERE, de God van Israël, God is boven in de hemel en beneden op de aarde. Haar geloof blijft niet beperkt tot woorden. Zij ontvangt de verspieders, verbergt hen en kiest daarmee openlijk de kant van de God van Israël. Het Nieuwe Testament noemt haar daarom als voorbeeld van geloof én van werken. Hebreeën 11 wijst op haar geloof; Jakobus 2 laat zien dat dit geloof zichtbaar werd in haar handelen.
Rachab vraagt vervolgens om redding voor zichzelf en voor haar hele familie. De verspieders geven haar het teken van het scharlakenrode koord. Wanneer het oordeel over Jericho komt, zal iedereen die zich in haar huis bevindt veilig zijn. Het rode koord spreekt van redding door bloed. Zoals Israël in Egypte veilig was achter het bloed van het paaslam, zo is er ook in Jericho een door God gegeven weg van ontkoming. Niet de afkomst of het verleden van Rachab bepaalt haar toekomst, maar het geloof dat schuilt achter het teken van redding.
Tegelijk is er een persoonlijke verantwoordelijkheid. Rachab moet het koord aan het venster binden en haar familie in haar huis bijeenbrengen. Buiten dat huis is geen veiligheid. De redding is beschikbaar, maar het door God gegeven woord moet in geloof worden aangenomen.
Nadat de verspieders ontsnapt zijn, keren zij terug naar Jozua. Hun conclusie staat in scherp contrast met het verslag van de tien verspieders uit de tijd van Mozes. Zij kijken niet naar de kracht van de vijand, maar naar wat de HEERE doet. Zij zeggen: ‘De HEERE heeft heel dat land in onze hand gegeven.’
Jozua 2 laat daarmee zien hoe geloof naar dezelfde omstandigheden anders kijkt dan ongeloof. De inwoners van Kanaän zijn bang, maar Rachab zoekt haar toevlucht bij de God van Israël. Een vrouw uit Jericho wordt gered, krijgt een plaats onder Gods volk en wordt uiteindelijk zelfs opgenomen in de geslachtslijn van de Messias.
Dit hoofdstuk is daarom niet alleen het verhaal van twee verspieders. Het is bovenal een verhaal van geloof, genade en redding.
Opname:Â oktober 2023.
Deel deze video met anderen:






