(06.09) Jozua 7 “De nederlaag bij Ai”
Na de indrukwekkende overwinning op Jericho volgt in Jozua 7 een onverwachte en pijnlijke nederlaag. Israël wordt verslagen bij het kleine Ai. Hoe kan het volk dat zojuist de sterke muren van Jericho zag instorten, nu vluchten voor een veel kleinere vijand? Het antwoord ligt niet in de kracht van Ai, maar in het midden van Gods eigen volk: Israël heeft gezondigd. De zonde van één man, Achan, heeft gevolgen voor het hele volk. Jozua 7 laat daarmee op indringende wijze zien dat geestelijke overwinning niet alleen afhankelijk is van de zwakheid van de vijand, maar ook van de toestand van Gods volk zelf.
Het hoofdstuk begint met de goddelijke beoordeling van wat er bij Jericho is gebeurd. Achan heeft genomen van wat met de ban was gewijd. Zijn daad wordt omschreven als trouwbreuk. De zonde is voor de mensen nog verborgen, maar voor God niet.
Daarna richt de aandacht zich op Ai. De naam wordt verbonden met een puinhoop of ruïne. In de studie wordt Ai gezien als een beeld van de geoordeelde wereld. De gelovige weet dat de wereld onder Gods oordeel ligt, maar dat betekent niet dat haar invloed geen gevaar meer vormt. De verspieders die naar Ai worden gestuurd, keren terug met een zelfverzekerd advies. Het hele volk hoeft niet op te trekken; twee- of drieduizend mannen zullen voldoende zijn. Jericho was sterk en daar wist Israël dat het volledig van God afhankelijk was. Ai lijkt klein en gemakkelijk te overwinnen — en juist daar ontstaat het gevaar van zelfvertrouwen.
Opvallend is dat Jozua vóór de aanval de HEERE niet raadpleegt. Het volk keert niet terug naar Gilgal en er wordt geen melding gemaakt van de ark of van de Bevelhebber van het leger van de HEERE. Israël gaat de strijd aan in eigen kracht. Het resultaat is een nederlaag. Zesendertig mannen sterven en het hart van het volk smelt van angst. De woorden die eerder voor de Kanaänieten werden gebruikt, gelden nu voor Israël zelf.
Jozua scheurt zijn kleren en valt voor de ark van de HEERE neer. In zijn gebed vraagt hij waarom God het volk door de Jordaan heeft gebracht. Maar de HEERE zegt tegen hem: ‘Sta op!’ Er is een tijd om te bidden en er is een tijd om te handelen. Het probleem is niet dat God Zijn belofte niet nakomt; het probleem is dat er zonde in het midden van het volk is. God zegt niet alleen dat Achan heeft gezondigd, maar: ‘Israël heeft gezondigd.’ Het volk van God vormt een eenheid. De zonde van één lid raakt het geheel. In de studie wordt deze waarheid verbonden met het Nieuwe Testament en met de verantwoordelijkheid van de gemeente tegenover kwaad in haar midden.
De HEERE maakt duidelijk dat Hij niet langer met Israël kan zijn zolang het kwaad niet uit hun midden is weggedaan. God blijft trouw aan Zijn volk, maar Hij kan Zijn tegenwoordigheid en kracht niet verbinden met kwaad dat wordt toegelaten en niet geoordeeld.
Het volk moet zich heiligen. Daarna wordt stap voor stap openbaar wie verantwoordelijk is. Eerst wordt de stam aangewezen, vervolgens het geslacht, het huis en uiteindelijk de man: Achan. Zijn naam wordt verbonden met het veroorzaken van onrust en verwarring. Wanneer zijn zonde openbaar komt, belijdt hij wat hij heeft gedaan. Hij zag onder de buit een mooie Babylonische mantel, zilver en goud; hij begeerde het, nam het mee en verborg het in zijn tent. Daarin is de ontwikkeling van de zonde zichtbaar: zien, begeren, nemen en verbergen. De begeerte begint in het hart en leidt uiteindelijk tot de daad. Wat voor mensen verborgen is, blijft echter niet verborgen voor God. De Babylonische mantel wijst in de studie op de aantrekkingskracht van een godsdienstig systeem dat zijn oorsprong vindt in Babel. Ook het zilver en goud worden besproken. Het probleem ligt niet in het materiaal zelf, maar in het nemen van wat God voor Zichzelf had bestemd.
Achan wordt geoordeeld in het dal Achor. Zijn verborgen zonde heeft niet alleen hemzelf, maar het hele volk in moeilijkheden gebracht. Het oordeel is ernstig en laat zien hoe God denkt over kwaad in het midden van Zijn volk. Toch eindigt de geschiedenis niet zonder perspectief. De naam Achor, die met moeite en onheil verbonden is, komt later in de profeten opnieuw voor. Daar wordt het dal Achor een deur van hoop. Waar zonde wordt geoordeeld en weggedaan, kan herstel beginnen.
Jozua 7 bevat daarmee een ernstige maar noodzakelijke geestelijke les. Na een grote overwinning kan juist zelfvertrouwen ontstaan. Een vijand die klein lijkt, kan tot een nederlaag leiden wanneer Gods volk niet afhankelijk blijft van Hem.
De weg naar herstel begint met het licht van God over het kwaad, een eerlijk oordeel over de zonde en het wegnemen van wat de gemeenschap met Hem verhindert. Pas daarna kan Israël opnieuw optrekken tegen Ai.
Opname:Â januari 2024.
Deel deze video met anderen:






